Kan Europa elektrificeren en tegelijk onafhankelijk blijven?
De komende jaren zullen Europa als nooit tevoren op de proef stellen
De Groenlandcrisis liet zien dat Europa, als het ruggengraat toont, sterk kan zijn. Die les moet nu worden toegepast op het industriebeleid, anders zal Europa de gevolgen ondervinden. “De sterken doen wat ze kunnen, en de zwakken ondergaan wat ze moeten,” schreef de Griekse historicus Thucydides 2500 jaar geleden. Kan Europa elektrificeren en onafhankelijk blijven? Alles hangt af van batterijen.
Vandaag heeft Europa strategische autonomie in de voertuigproductie. In de essentiële omschakeling naar elektrificatie, die cruciaal is voor klimaat, veiligheid en toekomstige banen, kan de EU het zich niet veroorloven deze autonomie te verliezen.
Een jaar geleden, toen Northvolt failliet ging, lag Europa’s batterijdroom in puin. En toch begonnen eind 2025 PowerCo en Verkor, twee Europese bedrijven, met de productie van batterijcellen, naast ACC dat een jaar eerder was gestart. Umicore, een Belgisch bedrijf, produceert kathodes in Polen. Wat ontstaat is precies het soort diverse batterij-industrie dat de EU nodig heeft, met Europese en Chinese bedrijven naast de bestaande (voornamelijk) Zuid-Koreaanse capaciteit (bijv. LG, Samsung). Fabrieken zijn verspreid over heel Europa en de verwachte 600 GWh aan gigafactory-capaciteit zou de productie van ongeveer 8 miljoen BEV’s per jaar in 2030 mogelijk maken. Dat is genoeg om Europa te bevoorraden en een deel van de EV’s te exporteren.
Realitycheck
Veel analyses die gebaseerd zijn op aankondigingen en capaciteit stoppen hier. In werkelijkheid ligt het ingewikkelder.
Ten eerste: hoewel de capaciteit suggereert dat de EU al ‘autonoom’ is, is zij in werkelijkheid een grote importeur van batterijcellen uit zowel China (28%) als Korea (2%). Duitsland is een van de belangrijkste, maar zeker niet de enige, EU-bestemmingen voor Chinese EV-batterij-exporten, die goedkoper zijn dan in de EU geproduceerde cellen.
Verkor en PowerCo zijn nog maar net gestart met de productie. Het zal jaren duren voordat hun fabrieken dezelfde kwaliteit en efficiëntie bereiken als hun Aziatische concurrenten. Industrie-experts schatten dat sommige bestaande Europese gigafabrieken momenteel slechts 20% van hun capaciteit daadwerkelijk benutten.
De realiteit is dat Europa zich in de “battery valley of death” bevindt. Overleven is niet gegarandeerd. Het zal jaren van gedisciplineerde uitvoering en EU-steun vergen, daarover later meer.
Plots ziet het beeld er dus veel somberder uit, met Europa grotendeels afhankelijk van Aziatische batterijen.
Zuid-Korea
Bedrijven als LG Chem, Samsung en SK On hebben hun productie in Europa gelokaliseerd en zijn jaren geleden al door de productiehel gegaan. Zuid-Korea is een betrouwbare partner voor de EU. Zijn bedrijven vormen een belangrijke pijler van een diverse batterij-industrie. Maar als NMC-producenten lopen ook zij risico. De Chinese markt is weggeschoven van NMC/NCA en bestaat nu voor ongeveer 80% uit LFP, vooral omdat dat goedkoper is.
China
Vandaag komen de meeste Chinese cellen rechtstreeks uit fabrieken op het Chinese vasteland. Dat verandert zodra de fabrieken van CATL in Hongarije en Spanje op grote schaal gaan produceren. Kathodes en andere inputs zullen echter geïmporteerd blijven uit China en uit diens verlieslatende en gesubsidieerde LFP-toeleveringsketen.
EU- en Koreaanse producenten zullen veel eerder vertrouwen op lokale kathodeproducenten zoals Umicore of Ecopro BM (Koreaans). Kathodes, inclusief hun belangrijkste bouwstenen CAM en pCAM, zijn goed voor ongeveer 30% van de toegevoegde waarde van batterijen en vormen een cruciaal onderdeel als de EU de risico's in haar toeleveringsketens wil beperken.
De realiteit is dus dat China tegen 2030 de EU-batterijmarkt volledig kan domineren, vooral als Europese producenten uit de markt worden gedrukt.
Kan Europa zijn batterijdroom levend houden?
Kort gezegd: een diverse EU-batterijtoeleveringsketen blijft mogelijk. Maar actie is nodig.
Tot nu toe is het de EU niet gelukt om significante financiële steun voor batterijproducenten te mobiliseren. Ook heeft zij zich onwillig getoond om invoertarieven op geïmporteerde cellen en kathodes te heffen, ondanks bewijs dat de Chinese batterijtoeleveringsketen zwaar wordt gesubsidieerd.
Daarom zijn nu alle ogen gericht op de lokale-inhoudsregels die de EU zal aannemen als onderdeel van de zogeheten Industry Accelerator Act (verwacht op 25 februari).
De wet zal waarschijnlijk alle publieke steun en belastingvoordelen voor auto’s die in Europa worden verkocht (dus ongeveer 60% van de EU-BEV-verkopen, niet alle auto’s!) beperken tot voertuigen die voldoen aan bepaalde eisen voor lokale inhoud.
De kernvragen die de Europese Commissie moet beantwoorden zijn:
1. Welke componenten moeten lokaal worden geproduceerd? Alleen cellen, of ook kathodes, CAM en pCAM?
2. Moet er onderscheid worden gemaakt tussen chemieën, of gelden dezelfde doelstellingen voor de lokalisatie van NMC en LFP?
3. Betekent "Made In EU" echt EU27, of tellen ook landen waarmee de EU handelsakkoorden heeft als Europees (bijv. Korea of Vietnam, met andere woorden: iedereen behalve China)?
Made in EU
Bovenstaande keuzes bepalen in welke mate er in 2030 een diverse en/of Europese batterij-industrie zal bestaan. Lage doelstellingen, soepelere regels voor LFP en een definitie van "Made In EU" die de halve wereld omvat, zouden het hierboven beschreven scenario van Chinese dominantie niet voorkomen. Wij zijn van mening dat alle cellen voor EV’s die onder de IAA vallen in Europa moeten worden geproduceerd. Hetzelfde principe (mogelijk met een andere timing) zou moeten gelden voor kathodes, met dezelfde regels voor zowel NMC als LFP. En Europa moet Europa betekenen voor kerncomponenten zoals cellen en kathodes. Voor materialen, verwerking en raffinage kan de EU flexibeler zijn.
Autofabrikanten zijn verdeeld over de EU-inspanningen om “made in Europe”-producten te prioriteren, ondanks de steun van 1.000 Europese topbestuurders. Sommigen, zoals Volkswagen, Stellantis en Renault, steunen lokale inhoud (zij het met verschillende definities). Anderen, zoals BMW, verzetten zich tegen het idee en doen alsof de oude wereldorde nog springlevend is, omdat dat hun kortetermijnbelangen dient.
De oppositie komt vaak neer op het feit dat lokale-inhoudsregels (ingrijpende) veranderingen in industriële plannen vereisen. Inderdaad, dat is precies de bedoeling.
De komende jaren zullen Europa als nooit tevoren op de proef stellen. We hebben visie en plannen nodig, maar zoals de oude Griekse historicus al opmerkte: om te slagen moet je vooral handelen en zonder aarzeling vooruitgaan. Zolang het nog sterk is, moet Europa doen wat het kan.
Bron: T&E