Iran-conflict treft benzinerijders vijf keer harder dan EV-bestuurders
EU-ministers bespreken EV-doelen terwijl onderzoek wijst op bescherming tegen olieschokken
Het conflict met Iran dreigt automobilisten met benzinewagens aanzienlijk zwaarder te treffen dan bestuurders van elektrische voertuigen. Terwijl de EU-ministers van Milieu bijeenkomen om de doelstellingen voor elektrische mobiliteit te bespreken, blijkt uit nieuw onderzoek dat elektrische wagens een belangrijke bescherming bieden tegen schokken op de oliemarkt.
Vorig jaar gaf de Europese Unie nog 67 miljard euro uit aan de import van olie voor auto’s. Volgens de analyse zou een versnelde uitrol van elektrische voertuigen die afhankelijkheid sterk kunnen verminderen, met een potentiële besparing van 45 miljard euro aan olie-import in het komende decennium.
Benzinerijders voelen prijsstijgingen het hardst
De impact van stijgende olieprijzen laat zich intussen duidelijk voelen. Nu de prijs van olie boven de 100 dollar per vat uitstijgt, zullen bestuurders van benzinewagens naar verwachting veel harder worden getroffen dan eigenaars van elektrische voertuigen. De extra kosten voor het tanken van een benzineauto liggen naar schatting vijf keer hoger dan de bijkomende kosten om een elektrische wagen op te laden.
Concreet zou het tanken van een gemiddelde benzineauto ongeveer 14,20 euro per 100 kilometer kosten, een stijging van 3,80 euro als gevolg van het conflict. Voor een elektrische wagen bedraagt de gemiddelde kost 6,50 euro per 100 kilometer, slechts 0,70 euro meer door hogere elektriciteitsprijzen. Die stijging hangt samen met duurdere gasprijzen, die ook de elektriciteitsmarkt beïnvloeden.
Voor bedrijfswagens, die doorgaans grotere afstanden afleggen, lopen de verschillen nog verder op. Voor een benzinewagen in een bedrijfsfleet kan de meerkost oplopen tot 89 euro per maand, terwijl een elektrische bedrijfswagen slechts ongeveer 16 euro extra per maand kost om op te laden.
Europa blijft sterk afhankelijk van olie
De Europese Unie blijft sterk afhankelijk van olie-import. In 2025 ging het om ongeveer 1 miljard vaten olie voor auto’s, goed voor een kost van 67 miljard euro. Tegelijk tonen cijfers aan dat de elektrificatie al effect heeft: de ongeveer 8 miljoen elektrische voertuigen op Europese wegen vermeden vorig jaar de import van 46 miljoen vaten olie, wat neerkomt op een waarde van 2,9 miljard euro.
Tegen deze achtergrond woedt in Europa een politiek debat over de toekomst van de autosector. De Europese Commissie stelde recent voor om de CO₂-doelstellingen voor autofabrikanten te versoepelen en tegelijk elektrificatiedoelstellingen voor grote bedrijfswagenparken in te voeren. Verschillende lidstaten en delen van de auto-industrie pleiten echter voor verdere versoepelingen en verzetten zich tegen strengere regels voor bedrijfsvloten.
Critici waarschuwen dat een afzwakking van de klimaatdoelstellingen de overstap naar elektrische voertuigen zou vertragen en de afhankelijkheid van olie zou verlengen. Een ambitieuzer beleid daarentegen zou niet alleen de elektrificatie versnellen, maar ook de olie-import tussen 2026 en 2035 met naar schatting 45 miljard euro kunnen verminderen.
De discussie hierover staat vandaag centraal tijdens de bijeenkomst van de EU-ministers van Milieu in Brussel. Zij buigen zich over de voorgestelde aanpassingen aan de CO₂-normen voor 2030 en 2035. Tegelijk groeit de druk om consumenten te beschermen tegen stijgende brandstofprijzen door de beschikbaarheid van betaalbare elektrische voertuigen te vergroten.
Elektrische wagens winnen terrein in beleid en markt
Die trend lijkt zich al voorzichtig af te tekenen. Voor het eerst sinds 2020 is de gemiddelde prijs van een elektrische wagen in de Europese Unie gedaald, onder meer dankzij de introductie van goedkopere modellen die inspelen op de strengere uitstootnormen.
Ook de elektrificatie van bedrijfswagenparken speelt een sleutelrol. Bedrijfswagens vormen immers de belangrijkste bron van voertuigen op de tweedehandsmarkt. Door ambitieuzere doelstellingen in te voeren, zouden tegen 2035 naar schatting 3,6 miljoen extra tweedehands elektrische voertuigen beschikbaar kunnen komen. Dat zou niet alleen de toegang tot betaalbare EV’s vergroten, maar ook leiden tot extra energiebesparingen voor consumenten.
Volgens de analyse hebben beleidsmakers een belangrijke hefboom in handen: strengere CO₂-normen en duidelijke doelstellingen voor wagenparken kunnen fabrikanten ertoe aanzetten om meer betaalbare elektrische modellen op de markt te brengen. Dat zou de energietransitie versnellen en tegelijk de blootstelling van Europese bestuurders aan volatiele olieprijzen verminderen.