Brand bij elektrische auto’s: mythe versus feiten
Waarom elektrische wagens tot de veiligste voertuigen op de weg behoren
De beelden kent u ongetwijfeld: een elektrische wagen die in lichterlaaie staat, gedeeld op sociale media met dramatische muziek en alarmerende commentaren. Het gevolg? De perceptie dat elektrische auto’s gevaarlijk zouden zijn en vaker in brand vliegen dan benzine- of dieselwagens. Maar wat zeggen de cijfers écht? En hoe verhouden elektrische auto’s zich tot voertuigen met een verbrandingsmotor als het gaat om brandveiligheid? Met elektrischeauto.be zetten we de feiten helder op een rij.
Waar komt de angst vandaan?
Autobranden zijn allesbehalve nieuw. In landen als de Verenigde Staten breekt gemiddeld om de vijf minuten ergens een voertuigbrand uit. Het overgrote deel daarvan betreft benzine- en dieselwagens. Alleen: dat haalt zelden het nieuws.
Wanneer een elektrische wagen brandt, krijgt dat wél uitgebreide media-aandacht. De technologie is relatief nieuw, het publiek is er nog niet volledig mee vertrouwd en onbekendheid creëert nu eenmaal ongerustheid. Bovendien brandt een EV anders dan een klassieke wagen, wat het visueel indrukwekkender maakt.
Bij enkele recente incidenten, zoals een brand in een luchthavenparking in het Verenigd Koninkrijk, werd aanvankelijk gespeculeerd dat elektrische voertuigen de oorzaak waren. Later bleek dat het om benzine- en dieselwagens ging. Toch bleef de negatieve perceptie hangen. Maar perceptie is geen statistiek.
Wat zeggen de cijfers écht?
Internationale onderzoeken tonen consequent aan dat elektrische voertuigen aanzienlijk minder vaak in brand vliegen dan voertuigen met een verbrandingsmotor.
Uit analyses blijkt dat er bij benzinewagens ongeveer 1.530 branden per 100.000 voertuigen worden geregistreerd, tegenover slechts 25 per 100.000 elektrische auto’s. Dat betekent dat klassieke wagens meer dan zestig keer vaker betrokken zijn bij brandincidenten.
Volgens gegevens van EV FireSafe bedraagt het werkelijke brandrisico ongeveer 0,1% bij benzine- en dieselwagens, terwijl dat bij elektrische voertuigen rond 0,0012% ligt. Anders gezegd: de kans dat een EV in brand vliegt is meer dan tachtig keer kleiner.
Ook Scandinavische cijfers bevestigen dit beeld. In Zweden, waar een aanzienlijk deel van het wagenpark elektrisch is, blijkt dat voertuigen met een verbrandingsmotor twintig keer meer kans hebben om in brand te vliegen dan EV’s. Noorwegen, wereldleider in elektrificatie, rapporteert bijna vijf keer zoveel branden bij benzine- en dieselwagens als bij elektrische voertuigen, ondanks het enorme aandeel EV’s op de weg.
Zelfs cijfers van Tesla tonen een opvallend verschil: tussen 2012 en 2021 was er gemiddeld één Tesla-brand per 210 miljoen gereden mijl, terwijl bij voertuigen met een verbrandingsmotor gemiddeld één brand per 18 miljoen mijl voorkomt.
De conclusie uit al deze onafhankelijke bronnen is opmerkelijk eensgezind: elektrische auto’s branden veel minder vaak.
Waarom branden benzinewagens vaker?
Het antwoord is eigenlijk logisch. Een brand heeft drie elementen nodig: brandstof, zuurstof en een ontstekingsbron. In een benzine- of dieselwagen is brandbare vloeistof permanent aanwezig. Die brandstof wordt onder druk opgeslagen en circuleert door leidingen in een hete motorruimte. Wanneer er een lek ontstaat of een technisch defect optreedt, kan brandstof in contact komen met hete onderdelen of vonken, met brand als mogelijk gevolg.
Een elektrische auto daarentegen vervoert geen ontvlambare vloeibare brandstof. De energie zit opgeslagen in batterijcellen die zijn ondergebracht in een afgesloten, versterkte behuizing onder de wagenvloer. Die batterijen zijn uitgerust met geavanceerde thermische beheersystemen die de temperatuur continu monitoren en regelen. Beschermingscircuits voorkomen kortsluiting en schakelen het systeem automatisch uit bij een impact.
Dat betekent niet dat een EV nooit kan branden, maar het risico op spontane brand is statistisch veel kleiner dan bij een voertuig dat liters ontvlambare vloeistof aan boord heeft.
Wat gebeurt er als een elektrische auto toch brandt?
Wanneer er bij een EV brand ontstaat, gaat het meestal om een zogenaamde “thermal runaway”, een thermische kettingreactie binnen een batterijcel. Zulke situaties zijn zeldzaam, maar ze vragen inderdaad een specifieke aanpak van de hulpdiensten.
Brandweerkorpsen gebruiken voornamelijk water om de batterij langdurig te koelen. In sommige gevallen wordt het voertuig in een speciale watercontainer geplaatst om heropflakkering te voorkomen. Dat klinkt spectaculair, maar ook bij benzinewagens zijn vaak grote hoeveelheden blusmiddelen nodig. Het verschil is dat EV-branden door hun nieuw karakter meer aandacht krijgen.
Belangrijk om te benadrukken is dat de meeste voertuigbranden, ongeacht het type aandrijving, ontstaan tijdens het rijden. Slechts een klein percentage vindt plaats terwijl een wagen geparkeerd staat in een garage.
Strenge veiligheidsnormen en crashtests
Elektrische voertuigen worden onderworpen aan uitgebreide veiligheids- en crashtests. Organisaties zoals Euro NCAPtesten ook elektrische modellen in zware frontale en zijdelingse botsingen. Daarbij blijkt dat batterijbranden uiterst zeldzaam zijn.
Batterijpakketten zijn ontworpen met verstevigde structuren die impact absorberen, afzonderlijke modules isoleren en bij een ongeval automatisch de stroomtoevoer uitschakelen. Europese laadnormen leggen bovendien strenge eisen op aan laadinstallaties en beveiligingssystemen om risico’s tijdens het opladen te minimaliseren. Met andere woorden: veiligheid is geen bijzaak, maar een fundamenteel onderdeel van het ontwerp.
Innovatie uit China: elektrische auto's worden nog veiliger
De technologische evolutie staat bovendien niet stil. In China, vandaag ’s werelds grootste markt voor elektrische mobiliteit, wordt intensief geïnvesteerd in batterijveiligheid. Het Chinese batterijbedrijf Svolt ontwikkelde recent de Dragon Armor 3.0-batterij, een ontwerp dat het risico op uitbreiding van een batterijbrand drastisch moet beperken. Het principe achter deze technologie is vernieuwend: vuur en elektriciteit worden fysiek van elkaar gescheiden. Wanneer zich in uitzonderlijke omstandigheden een intern defect voordoet, worden hitte en vlammen gecontroleerd naar de onderzijde van het voertuig geleid, weg van het interieur en de inzittenden. Zo wordt voorkomen dat een lokaal batterijprobleem zich ongecontroleerd verspreidt.
Daarnaast maakt deze nieuwe generatie batterijen gebruik van een verbeterde semi-solid-state batterijchemie. Door de aangepaste samenstelling ligt de temperatuur waarbij zelfopwarming start aanzienlijk hoger en wordt het beginpunt van thermische ontsporing uitgesteld. Dat betekent concreet dat de batterij stabieler blijft onder zware belasting of bij schade. Volgens de fabrikant daalt de kans op een ernstige thermische ontsporing met ongeveer 25 procent ten opzichte van eerdere generaties.
Deze focus op veiligheid beperkt zich niet tot één bedrijf. Ook andere Chinese spelers investeren fors in intrinsiek veiligere batterijtechnologie, zoals lithium-ijzerfosfaat (LFP)-chemie, die van nature thermisch stabieler is dan klassieke lithium-ionvarianten met nikkelrijke samenstelling. Tegelijk worden geavanceerde batterijbeheersystemen ingezet die continu temperatuur, spanning en celgedrag monitoren. Zodra afwijkingen worden gedetecteerd, kan het systeem automatisch ingrijpen door het vermogen te beperken of de batterij volledig uit te schakelen, nog vóór er een gevaarlijke situatie ontstaat.
Op regelgevend vlak gaat China zelfs een stap verder. De overheid heeft strengere veiligheidsnormen ingevoerd die fabrikanten verplichten om batterijpakketten zo te ontwerpen dat ze bij zware ongevallen niet spontaan mogen ontbranden of exploderen. Die normen omvatten uitgebreide tests rond impactbestendigheid, thermische stabiliteit en kortsluitingsveiligheid. Door technologische innovatie te combineren met strikte regelgeving ontstaat een veiligheidskader dat voortdurend wordt aangescherpt.
De ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Wat vandaag al geldt als een laag statistisch brandrisico bij elektrische voertuigen, zal dankzij deze innovaties en strengere standaarden in de toekomst naar verwachting nog verder dalen. China positioneert zich daarmee niet alleen als marktleider in elektrificatie, maar ook als voortrekker in batterijveiligheid.
Tijd om de mythe los te laten
De cijfers wijzen dus allemaal in dezelfde richting: benzine- en dieselwagens hebben een veel hogere kans op brand dan elektrische auto’s. Toch blijft de publieke perceptie vaak het omgekeerde suggereren.
Dat verschil tussen gevoel en realiteit komt vooral door mediabelangstelling en onbekendheid. Maar wanneer we het debat voeren op basis van feiten in plaats van angst, wordt het duidelijk: elektrische voertuigen zijn niet gevaarlijker, ze zijn statistisch gezien net veiliger.
Voor Belgische bestuurders betekent dit dat elektrisch rijden niet alleen een duurzame keuze is, maar ook een veilige. De toekomst van mobiliteit is elektrisch, en wat brandveiligheid betreft, is die toekomst beter onderbouwd dan ooit.